Categorie archief: werk

Bevrijding

Al een tijd had ik geen energie om te loggen. Mijn werk slurpte veel energie, zelfvertrouwen en aanverwanten op.

Maar enige tijd geleden heb ik mijn baan opgezegd en zo langzamerhand begin ik de bevrijding ervan meer te voelen.

Nu moet ik bijvoorbeeld nog maar negen dagen werken. En dus nog maar negen dagen me (steeds minder) ergeren aan ondoordachte beslissingen van de directie.

“We hebben een nieuw verzuimprotocol! Kijk eens, wel 50 pagina’s dik! Goed he? Wat zeg je? Communiceren aan de medewerkers? Daar hebben jullie een punt zeg, daar hebben we nog helemaal niet over nagedacht!” Of:  de meeste managers hebben een te grote span of control. We hebben een goed idee! We hebben een nieuwe regel: jouw 50 medewerkers hoeven nu nog maar één keer in de vier jaar een functioneringsgesprek! Of de OR er van af weet? Ja, die zijn het er VOLLEDIG mee eens? Wat? Jullie hebben ze afgelopen dinsdag gesproken en ze wisten er niets van? Oh, dan moeten we het nog eens nakijken.”  Nog een voorbeeld: “we maken nieuwe taakfunctieomschrijvingen (TFO’s) voor de zorggroepmanagers. Ze delegeren nu teveel aan de zorgcoördinatoren, maar ze staan nu te ver van de cliënten af. Dus in die nieuwe TFO’s zetten we dat ze de intakegesprekken met de cliënten moeten gaan doen. Wat zeg je, je hebt 159 cliënten? En zo ongeveer 15 nieuwe cliënten per week in zorg? tja, daar zeg je eens wat… maar ja, je hoeft nu in ieder geval maar één keer in de vier jaar functioneringsgesprekken te doen, dus dat scheelt toch weer, he??”

Ook hoef ik me nog maar negen dagen te ergeren aan sommige medewerkers. “Ik heb nog heel veel vakantiedagen staan en ik moet in juni, juli en augustus vrij hebben. Ik ben te laat met de aanvraag? En ik vraag een te lange periode aan achter elkaar? IK HEB ER GEWOON RECHT OP! Mijn collega wil in die periode best een dagje extra voor mij werken, die vindt het zielig voor mij als ik niet op vakantie kan. Wat zeg je? Één dagje vangt geen 36 uur vakantie op?” Of: “Ik wil een manager die mij vertelt wat ik moet doen! Hoe bedoel je, ik heb een niveau 3 opleiding waarin ik heb geleerd wat mijn taken en verantwoordelijkheden zijn? Niets mee te maken, je bent een slappe leidinggevende, je moet mij dagelijks vertellen wat ik moet doen. Ik wil een sturende manager.”

Bevrijding. Inderdaad, pas na 5 mei kan ik het zo zoetjes aan gaan proeven.

En een potentieel nieuwe werkgever staat alweer te trappelen.

Heilig huisje

Zelden werkte ik voor een organisatie waar alles zo verzuild is dat er bijna geen mensen meer werken, maar standbeelden. Niets krijg je snel gedaan en vaak kun je het woord “snel” ook beter maar weglaten.

Een eigen mailadres voor de coördinatoren? Al meer dan twee jaar wordt hierop gewacht.

Een antwoord geven op een dringende vraag wat betreft storingen met de diensttelefoons (dus waar tijdens de zorg met elkaar, maar ook door de cliënt met de zorgverlener gecommuniceerd wordt): u kunt wachten tot u een ons weegt of misschien komen we een keertje in beweging als er zich in de avonddienst eens een calamiteit voordoet.

Het toppunt van deze week (of misschien wel aller tijden): een zelfstandig wonende cliënt die vanavond zo in de war is dat ze in de stromende regen op haar balkon staat en zich van angst alleen maar aan de leuning van het balkon kan vasthouden en de arts komt “als hij toch naar ons gebouw moet komen voor het personeelscabaret”: 2 uur later. Er was gelukkig al een afspraak dat mevrouw bij ernstige ontregelingen een plekje kreeg in het verpleeghuis, maar daar moest die “grappige” arts wel eerst toestemming voor geven. De kinderen van deze cliënt hebben haar maar zelf naar het verpleeghuis aan de overkant van de weg gebracht, nadat een lid van de verzorging dus bijna anderhalf uur op mevrouw heeft gepast en dus niet aan de andere zorgvragers toekwam. “Nou, als die rotdokter dan eindelijk wel komt, dan mag hij hier wel even de handjes uit de mouwen steken om onze achterstand weg te werken”, zei één van de verzorgenden kwaad.
ONGELOOFLIJK.
Een lid van het hoger management-team omschreef het treffend: “St. Juttemis is onze patroonheilige“.

Tijd om dan maar een andere te gaan zoeken.

Of ik maar eens een andere organisatie?

Heilig huisje

Zelden werkte ik voor een organisatie waar alles zo verzuild is dat er bijna geen mensen meer werken, maar standbeelden. Niets krijg je snel gedaan en vaak kun je het woord “snel” ook beter maar weglaten.

Een eigen mailadres voor de coördinatoren? Al meer dan twee jaar wordt hierop gewacht.

Een antwoord geven op een dringende vraag wat betreft storingen met de diensttelefoons (dus waar tijdens de zorg met elkaar, maar ook door de cliënt met de zorgverlener gecommuniceerd wordt): u kunt wachten tot u een ons weegt of misschien komen we een keertje in beweging als er zich in de avonddienst eens een calamiteit voordoet.

Het toppunt van deze week (of misschien wel aller tijden): een zelfstandig wonende cliënt die vanavond zo in de war is dat ze in de stromende regen op haar balkon staat en zich van angst alleen maar aan de leuning van het balkon kan vasthouden en de arts komt “als hij toch naar ons gebouw moet komen voor het personeelscabaret”: 2 uur later. Er was gelukkig al een afspraak dat mevrouw bij ernstige ontregelingen een plekje kreeg in het verpleeghuis, maar daar moest die “grappige” arts wel eerst toestemming voor geven. De kinderen van deze cliënt hebben haar maar zelf naar het verpleeghuis aan de overkant van de weg gebracht, nadat een lid van de verzorging dus bijna anderhalf uur op mevrouw heeft gepast en dus niet aan de andere zorgvragers toekwam. “Nou, als die rotdokter dan eindelijk wel komt, dan mag hij hier wel even de handjes uit de mouwen steken om onze achterstand weg te werken”, zei één van de verzorgenden kwaad.
ONGELOOFLIJK.
Een lid van het hoger management-team omschreef het treffend: “St. Juttemis is onze patroonheilige“.

Tijd om dan maar een andere te gaan zoeken.

Of ik maar eens een andere organisatie?

Post-vakantieblues

Dit jaar was het erger dan ooit tevoren. Met lood in mijn schoenen weer op weg naar mijn werk na drie te korte weken vakantie. Vaak is het dan zo dat het dan altijd weer meevalt, maar deze keer….

Tot gisteren.

Naast wat verzorgenden en andere medewerkers in mijn team die niet tot mijn favorieten behoren, werken er ook een aantal die eigenlijk met goud behangen zouden moeten worden. Zo ook J. die altijd bereid is om een keertje te ruilen of extra te werken en een eerlijke instelling in het leven heeft. Die dus niet meedoet aan roddel en achterklap, maar haar eigen mening vormt. J. heeft echter een beetje de neiging àl te direct te zeggen waar het op staat en sommige collega’s nemen haar dat niet in dank af. Dus stapte ze gisteren mijn kantoor binnen om hier met mij een boom over op te zetten. Want tegenwoordig zegt ze maar niets meer als gedrag of gesprekken van collega’s haar niet aanstaan. Maar ondertussen wringt het wel bij haar dat er dus teamgenoten zijn die het werk en de communicatie op een andere manier invullen dan dat zij dat zou doen. Haar handen tong jeukt dan om er wél iets van te zeggen.

Dus hebben we even geboomd over verschillende manieren van communiceren en uiteindelijk kwamen we er op uit dat het voor J. toch wel erg prettig zou zijn om wat extra coaching hierop te krijgen. Binnen de organisatie is hier iemand helemaal in gespecialiseerd en is die mogelijkheid er dus.

Mooi vind ik dat, iemand die bij zichzelf dus merkt dat het niet helemaal lekker loopt en bereid is om hiernaar te kijken en het te willen veranderen.

En fijn om zo iemand daar dan ook verder mee te kunnen helpen. Want dat is immers mijn vak: het faciliteren van mijn medewerkers. Weg met die post-vakantieblues!!!!!!

Post-vakantieblues

Dit jaar was het erger dan ooit tevoren. Met lood in mijn schoenen weer op weg naar mijn werk na drie te korte weken vakantie. Vaak is het dan zo dat het dan altijd weer meevalt, maar deze keer….

Tot gisteren.

Naast wat verzorgenden en andere medewerkers in mijn team die niet tot mijn favorieten behoren, werken er ook een aantal die eigenlijk met goud behangen zouden moeten worden. Zo ook J. die altijd bereid is om een keertje te ruilen of extra te werken en een eerlijke instelling in het leven heeft. Die dus niet meedoet aan roddel en achterklap, maar haar eigen mening vormt. J. heeft echter een beetje de neiging àl te direct te zeggen waar het op staat en sommige collega’s nemen haar dat niet in dank af. Dus stapte ze gisteren mijn kantoor binnen om hier met mij een boom over op te zetten. Want tegenwoordig zegt ze maar niets meer als gedrag of gesprekken van collega’s haar niet aanstaan. Maar ondertussen wringt het wel bij haar dat er dus teamgenoten zijn die het werk en de communicatie op een andere manier invullen dan dat zij dat zou doen. Haar handen tong jeukt dan om er wél iets van te zeggen.

Dus hebben we even geboomd over verschillende manieren van communiceren en uiteindelijk kwamen we er op uit dat het voor J. toch wel erg prettig zou zijn om wat extra coaching hierop te krijgen. Binnen de organisatie is hier iemand helemaal in gespecialiseerd en is die mogelijkheid er dus.

Mooi vind ik dat, iemand die bij zichzelf dus merkt dat het niet helemaal lekker loopt en bereid is om hiernaar te kijken en het te willen veranderen.

En fijn om zo iemand daar dan ook verder mee te kunnen helpen. Want dat is immers mijn vak: het faciliteren van mijn medewerkers. Weg met die post-vakantieblues!!!!!!