Zwanger zijn en andere ongemakken (7)

Zodra bepaalde vrouwen ontdekken dat je zwanger bent,  gebeurt er iets met ze.  Er komt een blik in de ogen, die zich het best laat omschrijven als een zeekoeienblik, traag in de verte starend. Vervolgens moet je je bergen. Want dan komt Het Bevallingsverhaal. Niet iets waar je als je voor het eerst zwanger bent ongevraagd op zit te wachten. Allereerst omdat je nog op een roze wolk zit, wat zeg ik, een roze planeet, ergens outerspace: ik krijg een kind, wat een wonder,  wat overkomt ons allemaal en wat gaat ons nog allemaal overkomen. Ten tweede is een bevalling op dat moment nog iets abstracts. Geen idee hoe dat allemaal werkt en hoe dat gaat voelen. Termen als ontsluiting en perswee komen voor het eerst voorbij en hebben geen betekenis.  Bij al die emoties en zalige onwetendheid horen nog even geen bloederige horrorstories, dank u feestelijk.  Maar nee. De vrouw met de zeekoeienblik moet Haar Bevallingsverhaal kwijt en wel nu. Dus gebeurt het je in een overvolle kroeg, terwijl je naar de band wil kijken. Beleefd knik je hier en daar wat zodra gebroken vliezen ter sprake komen, hum je “oh ja?” als de uren durende weeenstorm herbeleefd wordt en je probeert ondertussen uit alle macht je visuele denkvermogens uit te schakelen als het daarna gaat over inscheuringen en bijbehorende hechtingen. Wat niet lukt.
Het mantra: “miljoenen vrouwen zijn ooit bevallen, sommigen doen het zelfs voor een tweede of derde keer en mijn moeder kan het, dus ik kan het ook” blijkt een rustgevende te zijn.
Onwillekeurig vergelijk je alle Bevallingsverhalen met elkaar en kom je tot de geruststellende conclusie dat geen Verhaal hetzelfde is. Dus dat er geen voorbereiden aan is. Laat het allemaal maar op je afkomen en informeer je op je eigen moment over het hoe en wat en de details. Want anders gaat het ’t ene oor in en ’t andere weer uit.
Iets met ontkenningsfase.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *